Mien toentje

Als kind hadden we allemaal een eigen tuintje: Gerson, Dagmar en ik. Een strookje grond in onze tuin. Daar stonden aardbeien in en zaaiden we een wilde bloemenmix. Veel deden we er niet aan. Dat is het voordeel van wilde bloemen: dat groeit toch wel en het is niet te zien of iets onkruid is of niet. De aardbeien deden het ook prima, dat leverde een aantal jaren een prima oogst op.

Poseren in onze tuintjes – met good old Ploffie – Foto Gerrit Heidinga

Onze oom Jannes was meer van het serieuze werk. Op de Kamp had hij een moestuin, waar hij zijn vrije uren doorbracht. Ook oma vond het heerlijk op de tuin. Tijdens de oogsttijd zat hij met een enorm groenteoverschot, waar iedereen van mocht mee-eten. Nooit lekkerdere sperziebonen gegeten dan die van oom Jannes.

Wellicht is het aan die sperziebonen te danken, maar ik heb een zwak voor volkstuintjes. Ik houd van de sfeer. Al die uren werk die mensen erin steken, de passie en toewijding, dat voel je op de tuin. De mensen zijn trots op hun stukje groen buiten de stad. Hebben er  een prachtig verblijf gemaakt, zoals de zussen Jeltje en Leentje die ik eerder interviewde.

Onlangs hield het volkstuinencomplex aan de Nesserlaan in Amstelveen een open dag. Hier tuintjes van bescheiden omvang, zonder tuinhuizen, maar de toewijding is er niet minder om.

Voor alle cultuurbarbaren 😉 bij wie geen lichtje gaat branden bij bovenstaande titel: het origineel van de Groninger troubadour Ede Staal.