Sneeuwpret

Niet alleen kinderen vinden sneeuw leuk, ook pony’s vinden dat witte spul machtig. Ideaal om lekker in te rollen. Helemaal voor Nozem, onze fjordenpony, is er kennelijk niets beters dan uitgebreid rollen in de koude sneeuw. Het ras is dan ook afkomstig uit Noorwegen, dus op zich is die voorliefde voor sneeuw ook wel te begrijpen!

BS:Bekende Steenwijker

In mijn Weekmedia-tijd hoopte ik bijzondere inwoners uit Uithoorn en De Ronde Venen tegen het lijf te lopen. Of door opmerkzame medeburgers op het spoor gezet te worden van prettig gestoorde dorpsgenoten. Bleek dat ik al die tijd op een goudmijntje zat! Nee, hiermee bedoel ik niet mezelf, ook merkwaardig te noemen soms, maar het blijft wel in de familie. Tuurlijk..mijn wenkbrauwen gingen ook wel omhoog bij het aanschouwen van de steeds groter wordende collectie van mijn vader, maar het wonder van de Nieuwe Gagels is nu ook door de Steenwijkse pers erkend. Nota bene Esther Boersma, oud-verzetsheld en collega bij Weekmedia, mocht mijn vader interviewen. Over alle miniatuur Citroëns, die inmiddels bijna alle wanden van mijn ouderlijk huis vullen en andere collecties, zoals de Steenwijk-verzameling en Groninger snuisterijen. Zo is de cirkel dan toch weer rond.
Geïnteresseerd in een bezoekje aan het hobbymuseum van mijn vader? Bel gerust, hij leidt u met liefde rond!

Dust to dust

Een beetje luguber, dat was het bezoek aan Les Catacombes, een ondergronds gangenstelsel in Parijs. Een deel van de tunnels wordt namelijk gebruikt als bijzondere opslag: er liggen resten van zo’n 6 tot 7 miljoen Parijzenaren. Eind achttiende eeuw werd besloten om menselijke resten onder de grond te bewaren. Door het uitbreken van de pest waren de begraafplaatsen namelijk overvol. Gevolg was dat ‘nieuwe’ doden niet goed of te ondiep werden begraven. Dit had gevolgen voor de gezondheid van mensen, bijvoorbeeld door vervuiling van het drinkwater.
Besloten werd om de graven te ruimen en de botten ondergronds op te slaan. Eerst werden de resten ‘gewoon’ opgeslagen, dat wil zeggen, op een hoop gegooid. Later werd besloten de botten netjes op te stapelen en er een kunstwerk van te maken. In de lange gangen staat nu netjes aangegeven wanneer de beenderen zijn opgestapeld en van welke begraafplaats ze afkomstig zijn.
Het resultaat is indrukwekkend. Er lijkt geen einde aan de stapels met beenderen te komen. Bij bestudering van de schedels en botten valt eigenlijk maar één ding op: we zijn allemaal wel erg hetzelfde. Al dat gedoe om het uiterlijk lijkt opeens nog trivialer als je ziet dat we er op het einde allemaal gelijk uitzien.
Raar is het om te beseffen dat al die botten allemaal van individuen zijn geweest, allen met hun eigen leven en hun eigen sores. Al moet ik zeggen dat ik halverwege eigenlijk meer dan genoeg had gezien..

Ik & mijn konijn

In de flora- en faunaspeciaalzaak van Aalsmeer en Amstelveen (een grensgevalletje) werd 4 en 5 november een kleindierententoonstelling gehouden. Donderdagavond werden de beestjes afgeleverd, naast elkaar in een hokje gestopt en gekeurd door een kundige jury. Vrijdag en zaterdag konden ze worden bewonderd door het winkelend publiek.
De mooiste cavia’s, kippen, hanen en konijnen uit wijde omstreken waren in Aalsmeer verzameld. Vooral de mega-kippen/hanen en dito konijnen waren, niet verwonderlijk, imposant. Jammer genoeg was het hokje een beetje aan de kleine kant. En alhoewel het vrolijk gekraai van de hanen, dat door de winkel schalde, mij deed glimlachen: de aanblik van de beesten in krappe hokjes deed me minder plezier. Maar goed, de meeste beesten hebben het thuis wat ruimer en er staat vast niet elke week een dergelijke tentoonstelling op het program.
Wel mooi was te zien hoe dit meisje trots haar konijn (met de wonderlijke naam IJsje) vasthield. Naast de kleurrijke dieren bleken trouwens ook de eigenaren een bont en bijzonder gezelschap.

Halloween

Halloween wordt steeds populairder in Nederland. In Amstelveen en omstreken wordt elk jaar meer aandacht aan dit Amerikaanse volksfeest geschonken. Zo konden kinderen pompoenen uithollen bij het winkelcentrum in Ouderkerk, de kinderboerderij in Amstelveen en het Bezoekerscentrum in het Amsterdamse Bos. Big business voor al die pompoenkwekers. Ook voor plaatselijke ondernemers is het goed verdienen, dat Halloween. Zo konden kinderen voor 17,50 euro griezelen en ja, alweer een pompoen uithollen, bij de Zomerpluktuin in Nes aan de Amstel. Die dus ook in de herfst open is. De aankleding was prachtig, met kampvuur, heksen en lawaai en een voor de gelegenheid omgetoverde kas. Voor de kleinsten was het allemaal wat teveel van het goede, al dat gegriezel. Gelukkig konden ze getroost worden met blauwe en groene pannenkoeken.

Zwieren en zwaaien

Kermis in Amstelveen tijdens de herfstvakantie. Door het mooie weer waren er deze keer wel aardig wat bezoekers, al is de populariteit van de kermis wel tanende. Mijn old-time favorite, de Octopus, was er dit keer ook.
De Octopus was er ook al in mijn jeugd. Ik ging er altijd met mijn vader in; mijn zus wilde niet. Zij probeerde liever haar geluk bij de gokautomaten. De vorige keer dat er kermis was in Amstelveen, wist ik mijn vriend nog over te halen om een ritje te maken in mijn favoriet. Ik zat er als vanouds met een ‘breedbekkikkergezicht’ in: een glimlach van oor tot oor. Deze keer wilde hij niet mee. Hij moest nog teveel denken aan een traumatische ervaring bij een vorige kermis, een aantal maanden geleden. In het kader van ‘probeer iets nieuws’ zijn we in een vervaarlijk uitziend apparaat gestapt, toen op de kermis in Steenwijk. De attractie was een grote hit: tieners stonden na afloop van de rit al weer snel in de rij voor een volgend avontuur. Vooral het grote aantal jong grut wekte een vals gevoel van vertrouwen op: als zij het kunnen, kunnen wij het ook..
De eerste twee rondjes waren nog best leuk. Ik dacht bij mezelf, ‘Goh, dus zo zal André Kuipers zich ook voelen’. Ik kreeg al snel medelijden met de man. En ook met mezelf. De brede glimlach was inmiddels al lang verdwenen en nu hield ik me alleen nog krampachtig vast aan de stang, hopend dat het snel afgelopen was. Helaas, de overige attractiegangers reageerden telkens positief als de speaker vroeg of we nog een rondje wilden… en zo werd onze lijdensweg nog iets verlengd. Michiel voelde me steeds slapper worden, op het laatst was hij bang dat ik eruit zou vliegen. Toen het gevaarte eindelijk tot stilstand kwam, lukte het ons met moeite om uit de bakjes te klimmen. We strompelden naar onze fiets, maar waren beide niet in staat om weg te fietsen. De hele avond hebben we kotsmisselijk voor de tv gezeten, nauwelijks in staat om te bewegen. Zelfs van een biertje moesten we niets hebben. Nee, doe mij de Octopus maar!

tekstschrijver en fotograaf