Hooligans

De Young Leaders van ponymanege Equito mochten onlangs op bezoek bij de bereden politie. Heel bijzonder, want de politie opent de deuren tegenwoordig enkel nog voor open dagen.

De kinderen kregen eerst een film te zien over het werk van de bereden politie. De agenten worden niet alleen ingezet bij voetbalwedstrijden, rellen of demonstraties, maar ondersteunen ook hun collega’s in het wijkteam. Daarnaast hebben de beredenen ook een ceremoniële functie – bij hoog bezoek aan de stad Amsterdam vormen de ruiters een erehaag.

Best spannend, tussen die grote paarden door lopen

Na de film volgde een demonstratie. Te zien was hoe de paarden in de bak worden getraind om te wennen aan situaties die ze tijdens hun werk kunnen tegenkomen, zoals vlaggen, vuurwerk en zelfs geweerschoten.

Het was niet alleen kijken, de YLP-ers mochten ook meehelpen bij de training. Als hooligans moesten ze zoveel mogelijk herrie maken, en zelfs tennisballen gooien naar de paarden. Daarna was het hard wegrennen, want deze paarden zijn getraind om zich door niets of niemand in de weg te laten staan.

Na de demonstratie kregen de kinderen een rondleiding door de stallen. Ze zagen bijvoorbeeld het rek met hoefijzers, waar voor alle paarden op stal een aantal hoefijzers klaar hangt. De agenten hebben geleerd deze zelf bij hun paarden onder te slaan. Handig, wanneer een paard tijdens een actie een ijzer kwijt raakt. Natuurlijk mocht er geknuffeld worden met de paarden, die dat wel konden waarderen.

Knuffelen met politiepaard Eddy

Voor de kinderen was het een leerzame en leuke ervaring. Duidelijk werd dat je als politie te paard sterk in je schoenen moet staan. Bij de bereden politie kom je niet zomaar, je moet eerst de opleiding tot agent volgen. Een agent te paard werkt niet alleen overdag, maar ook ‘s avonds en in het weekend.

De band tussen een agent en zijn paard is heel bijzonder. Ze moeten elkaar in elke situatie kunnen vertrouwen. Dat vraagt jaren training. De paarden zijn hun gewicht in goud waard voor de politie!

Leidinggeven aan professionals? Niet Doen!

Jaren geleden mocht ik Mathieu Weggeman interviewen, hoogleraar Organisatiekunde aan de Technische Universiteit Eindhoven. Hij verzorgde een lezing op het VGCt najaarscongres naar aanleiding van zijn onderzoek gericht  op het begrijpen en verklaren van innovatieprocessen in technologie- en kennisintensieve organisaties. Jaren later is zijn boodschap nog steeds actueel voor leidinggevenden en managers. Differentieer in je stijl van leidinggeven, vindt hij.  Want anders had je net zo goed in een koekjesfabriek kunnen werken.

In Nederland komen steeds meer kenniswerkers, ook in de zorg. Deze professionals staan veelal onder leiding van managers, die graag willen leidinggeven. Daarbij wordt gebruik gemaakt van regels, procedures en informatiesystemen om alles in de klauwen te houden. ‘Niet doen!,’ zegt Weggeman. ‘Als je op een succesvolle wijze leiding wilt geven aan professionals in de zorg, dan moet je waardering hebben voor hun vak en de uitvoering daarvan faciliteren.’

Bij veel organisaties weten managers echter te weinig van het vak om professionals te faciliteren. Weggeman: ‘Uit onzekerheid sturen die managers op planning en controle van werkprocessen. Kenniswerkers worden hierdoor lastiggevallen met een groot aantal formulieren en rapportschrijverij. Maar al die bureaucratische rompslomp kost tijd. Tijd die zij beter hadden kunnen besteden aan het uitvoeren van hun vak.’

Collectieve ambitie

Maar hoe moet het dan wel? Weggeman: ‘Managers kunnen beter sturen op collectieve ambitie. Hoe meer kenniswerkers zich kunnen vinden in de missie van het bedrijf of de organisatie, hoe productiever ze zijn. Investeren in het gezamenlijk ontwikkelen van deze collectieve ambitie loont. Hoe meer een kenniswerker zich persoonlijk betrokken voelt bij de mensen met wie hij de organisatie vormt en bij de hogere doelen die zij nastreven, hoe kleiner de kans dat hij de kantjes er vanaf loopt.’

Differentiëren

Elke werknemer is anders. ‘Je manier van leidinggeven moet je daarop aanpassen. Of je zegt: het werken in onze organisatie is als het werken in een koekjesfabriek, iedereen is inwisselbaar. Of je zegt: we werken met professionals. Zo heb je trainees, die nog veel moeten leren, high potentials, die innovatieve ideeën aanleveren, productietijgers, die goed zijn in de ‘gewone’ productie, en ga zo maar door. Al die mensen hebben een verschillende behandeling nodig.’

Differentiëren? Vinden leidinggevenden dat niet lastig? ‘Differentiëren kunnen mensen heel goed. Met de kinderen lukt het altijd aardig. Zo weten mensen precies te vertellen dat ze Marieke niet hoeven aan te sporen omdat ze uit zichzelf met haar huiswerk begint, terwijl ze Jan altijd achter de vodden moeten zitten.’ Weggeman vervolgt: ‘Leidinggevenden hebben last van een misplaatst gevoel van rechtvaardigheid. Niet iedereen werkt even hard. Mensen die harder werken, moet je extra belonen. Dat kan natuurlijk heel simpel met loon, maar er zijn tal van andere zaken te bedenken waarmee je medewerkers kunt belonen. Bijvoorbeeld een gunstig werkrooster, een nieuwe computer, uitzicht op omringende weilanden in plaats van een binnenplaats of meer mogelijkheden om thuis te werken.’

Change

Een individuele aanpak betekent wel een omslag in het denken. Is Nederland hier wel klaar voor? ‘In Nederland vinden we verschillen in macht en positie heel vervelend. Daarom noemen we onze minister president bijvoorbeeld Jan Peter, in plaats van excellentie. Differentiëren is daardoor voor ons misschien wel moeilijker dan in andere landen, als bijvoorbeeld Frankrijk, waar de machtsafstand groter is. Maar die omslag is niet onmogelijk. We moeten er gewoon mee beginnen!’ Binnen de GGZ kan er ook nog het nodige veranderen. Het belangrijkste is volgens Weggeman het aanstellen van deskundigen als leidinggevende. ‘Haal de MBA’s (Master of Business Administrator) uit het management en stel daarvoor in de plaats kenniswerkers aan!’

Gepubliceerd in het VGCt magazine – uitgave bij het Najaarscongres, 2010 

Shiny Balls en Les Escargots

‘t Kampje lijkt zondag op een Frans dorpsplein. Het is prachtig weer, er klinkt Franse muziek. Er wordt bier en wijn gedronken. Voor het eerst wordt op ‘t Kampje het Ouderkerks Jeu de boules kampioenschap gehouden. 

De banen zijn ‘s ochtends in gereedheid gebracht. In plaats van grind is voor kunstgras gekozen. Op zes banen wordt gespeeld, 24 teams doen mee aan het toernooi. Een potje duurt twintig minuten. Veel deelnemers kunnen zich de jeu de boules toernooien bij Loetje nog goed herinneren. Tot zo’n vijf jaar geleden werd het toernooi aan de andere kant van de Amstel gehouden. Door de herinrichting van de buitenruimte is dat niet meer mogelijk. Medewerkers van DE BANQ hebben het toernooi naar ‘t Kampje gehaald.

De aankleding is van het plein is top, en de verplichte baretten voor de deelnemers maken het geheel helemaal af. Een aantal spelers heeft daarnaast een streepjes shirt uit de kast gediept. Om één of andere reden zijn streepjes nu eenmaal heel erg Frans.

Tijdens de eerste wedstrijd is het even aftasten. Hoe staat het met de kwaliteiten van de teamleden en hoe is de conditie van de baan? Na de eerste wedstrijd zijn de wedstrijdzenuwen eruit. Nu kan het echte werk beginnen.

Team Hofje is net klaar met de tweede wedstrijd. Ook deze ging verloren. “We gaan zo voor het kaasplankje,” aldus een van de teamleden. Ondanks het verlies zit de stemming zit er goed in.

Even verderop staat een groep jongens met een biertje in de hand. “Ons team heet Shiny Balls,” vertelt Sebastiaan, terwijl hij naar de glimmende jeu de boules ballen wijst. Het maakt een verdere uitleg overbodig. “We zijn op trainingskamp geweest in Zuid-Frankrijk.” Daar heeft het jongensteam volop geoefend. Een prima voorbereiding, ware het niet dat de omstandigheden in Ouderkerk anders zijn. “We hebben op een grindbaan geoefend.” Het kunstgras is daarom even wennen. Na een klinkende overwinning van 11-0, ging het bij het tweede potje gruwelijk mis. “We verloren met 10-4.” Naar de reden is het gissen. Was het de baan, nonchalance of een kwestie van zelfoverschatting? In de derde wedstrijd moet de knop om.

Uiteindelijk blijkt de gedegen voorbereiding niet genoeg voor de winst. Niet team Shiny Balls, maar Los Cojones schrijft het toernooi op zijn naam. Ze winnen de finale van Les Escargots en gaan naar huis met een prachtige bokaal. Zo komt er een einde aan een geslaagde middag. Niet alleen voor de organisatoren smaakt het toernooi naar meer. Ook de deelnemers hebben genoten van de sfeer. Volgend jaar weer?

Geplaatst in Weekblad voor Ouder-Amstel, 19 september 2018

Slob- en slootrace: vrijwillige duik in de modder

Dit jaar vond de tachtigste editie van het Waverfeest plaats. Van woensdag 8 tot en met zaterdag 11 augustus stond het buurtschap op zijn kop. Krat stapelen, kuilbanden gooien en de slob- en slootrace: zomaar wat vaste onderdelen van het feest. De laatste, de slob en slootrace, was dit jaar extra zwaar vanwege het regenachtige en frisse weer.

Vrijdag aan het einde van de middag is het feestterrein nagenoeg verlaten. Vanaf 18 uur wordt het steeds drukker – om 18.30 uur start de inschrijving voor de slob- en slootrace. Niet alleen mensen uit Waver doen mee. Ook uit omliggende plaatsen komen geïnteresseerden. Een deel van de deelnemers gaat voor de winst. In Noord-Holland wordt op verschillende plekken een dergelijke race gehouden. Er is zelfs een Nederlands Kampioenschap.

Vrijgezellenfeest

De meerderheid doet echter voor de lol mee. Of heeft geen keus: een jonge vrouw in roze overall viert haar vrijgezellenfeest met een duik in de modder. Inwoner Gerrit de Groot is moed aan het verzamelen. Hij heeft na jaren besloten weer eens mee te doen. “Het is toch een jubileumeditie,” verklaart hij zijn deelname. In het verleden ging dat goed. “Toen had ik een goede conditie.” Dit jaar ziet hij het wat dat betreft minder rooskleurig in. “Het zal wel wandelen worden in plaats van rennen.” Zijn ervaring komt hem goed van pas. “Je moet niet naar beneden springen, de sloot in, want dan kom je vast te zitten. Je moet zo plat mogelijk landen.”

Klaar voor de start

Zijn bril zit vast met elastieken, zodat hij deze niet kan verliezen. Hij twijfelt nog over zijn schoenen: aan of uit? Veel tijd heeft hij daarvoor niet: deelnemers moeten zich verzamelen. Met behulp van drie veewagens worden ze naar de start vervoerd. Het is inmiddels gaan regenen, het waait en het is koud. De deelnemers staan te popelen om te beginnen. Het water in de sloot is vast warmer dan de regen. Binnen mum van tijd zijn de eerste deelnemers al weer binnen. Niet Gerrit, maar Timo Kas finisht als eerste. Katinka Meijer is de eerste vrouw.

Geplaatst in Weekblad voor Ouder-Amstel,  15-08-2018

Kinderburgemeester Jara Zurr

Jara Zurr is de nieuwe kinderburgemeester van Amstelveen. Ze volgt Varvara Denisova op. Woensdag 18 juli heeft ze van haar voorgangster de keten gekregen. Een dag later zit ze klaar in de kantine van het raadhuis voor een interview. Zenuwachtig is ze niet. Ze kletst direct honderduit. Ze heeft zin om als kinderburgemeester aan de slag te gaan. Na de zomervakantie volgt haar eerste officiële optreden.

Alleen kinderen die woonachtig zijn in Amstelveen, en jonger zijn dan twaalf jaar, komen voor het ambt in aanmerking. Dit jaar konden kinderen tot 7 juni solliciteren. Negentien kinderen, waaronder Jara, deden dat. Drie daarvan werden verkozen door een jury. Naast Jara werden Ben Duysens en Vita Meynen voorgedragen. Vervolgens was het aan hen om zoveel mogelijk stemmen te winnen. “Met hulp van een campagneteam heb ik campagne gevoerd,” vertelt Jara. “Mijn slogan was: Amstelveen voor iedereen. Ik heb zoveel mogelijk kinderen aangesproken op school, zodat ze zouden gaan stemmen.”

Jara wil zich inzetten voor gelijke kansen voor iedereen. Zo zouden het volgen van cursussen en sporten voor ieder kind mogelijk moeten zijn, ongeacht het inkomen. Of de tijd die ouders hebben om kinderen te brengen en te halen. Daarnaast wil ze de dodehoeklessen voor kinderen uitbreiden. “Nu krijgen alleen kinderen in groep 8 die les, terwijl kinderen in groep 4 ook deelnemen aan het verkeer.”

Jara neemt het stokje over van Varvara Denisova.

De leukste plek in Amstelveen vindt ze het Stadshart. Daar gaat ze graag naartoe met vriendinnen. “Je kunt er lekker eten en shoppen.” Andere hobby’s zijn paardrijden en kickboksen. Heeft ze met al die hobby’s wel tijd naast school voor het kinderburgemeesterschap? “Ik ben niet bang dat ik straks geen tijd meer over heb. Ik denk dat ik alles goed kan combineren. En indien nodig kan ik het paardrijden of kickboksen een keertje afzeggen.”

Of ze later burgemeester wil worden, weet ze niet. “Liever word ik dierenarts. Ik vind het heel leuk om met dieren om te gaan.”

Fragment uit artikel voor Amstelveens Nieuwsblad, 25 juli, 2018. 

Mien toentje

Als kind hadden we allemaal een eigen tuintje: Gerson, Dagmar en ik. Een strookje grond in onze tuin. Daar stonden aardbeien in en zaaiden we een wilde bloemenmix. Veel deden we er niet aan. Dat is het voordeel van wilde bloemen: dat groeit toch wel en het is niet te zien of iets onkruid is of niet. De aardbeien deden het ook prima, dat leverde een aantal jaren een prima oogst op.

Poseren in onze tuintjes – met good old Ploffie – Foto Gerrit Heidinga

Onze oom Jannes was meer van het serieuze werk. Op de Kamp had hij een moestuin, waar hij zijn vrije uren doorbracht. Ook oma vond het heerlijk op de tuin. Tijdens de oogsttijd zat hij met een enorm groenteoverschot, waar iedereen van mocht mee-eten. Nooit lekkerdere sperziebonen gegeten dan die van oom Jannes.

Wellicht is het aan die sperziebonen te danken, maar ik heb een zwak voor volkstuintjes. Ik houd van de sfeer. Al die uren werk die mensen erin steken, de passie en toewijding, dat voel je op de tuin. De mensen zijn trots op hun stukje groen buiten de stad. Hebben er  een prachtig verblijf gemaakt, zoals de zussen Jeltje en Leentje die ik eerder interviewde.

Onlangs hield het volkstuinencomplex aan de Nesserlaan in Amstelveen een open dag. Hier tuintjes van bescheiden omvang, zonder tuinhuizen, maar de toewijding is er niet minder om.

Voor alle cultuurbarbaren 😉 bij wie geen lichtje gaat branden bij bovenstaande titel: het origineel van de Groninger troubadour Ede Staal.

Amstelland in de etalage

Zondag 3 juni staat Amstelland in de etalage, een uniek weidelandschap. Op 57 locaties, in een gebied dat zich uitstrekt van Amsterdam tot de Ronde Hoep en Uithoorn, is van alles te beleven. Kunst kijken bij een van de aangesloten kunstenaars, zien hoe de rioolwaterzuivering in de Middelpolder werkt of op bezoek bij de boer. Of ga op weidevogelsafari  in de Ronde Hoep, in een gebied dat normaal gesproken niet toegankelijk is. Even uitblazen tijdens de ontdekkingstocht kan onder meer bij het proeflokaal van KEK! in Ouderkerk aan de Amstel of Wijngaard de Amsteltuin in Amstelveen. Voor het eerst doet KNGF Geleidehonden mee. Daar kun je onder meer ervaren hoe het is om met een geleidehond te lopen.

Bovenkerkerpolder met bloeiend koolzaad

Als import-Amstellander ben ik inmiddels verknocht geraakt aan het landschap. Tuurlijk mis ik het good old Steenwijk  nog steeds – met de Weerribben en het Drents Friese wold op kleine afstand, maar de polder heeft ook wel wat. Ik fiets er bijna dagelijks doorheen en geniet van de natuur op zo’n korte afstand van de stad. Alleen al in de Bovenkerkerpolder stikt het van de (weide)vogels. Waar kun je in een fietstochtje van tien minuten niet alleen volop grutto’s, scholeksters, kievieten, tureluurs, maar ook puttertjes, diverse soorten eenden, lepelaars en steltlopers zien?

In de Ronde Hoep, met uitzicht op Nes.

Amstelland is de moeite waard om te behouden, en dat kan alleen dankzij de inzet van boeren (en politiek, nu wil geen van de aangrenzende gemeenten het gebied nog volbouwen, maar blijft dit zo?). Duurzame landbouw kost echter geld. Zo’n twintig melkveehouders zijn daarom bezig met het uitvogelen hoe ze hun eigen zuivel op de markt kunnen zetten – zuivel afkomstig van boeren die zich inzetten voor duurzaam weidevogelbeheer. Ook andere ondernemers in de regio proberen het gebied op de kaart te krijgen, niet alleen om hun eigen streekproducten onder de aandacht te brengen, maar ook voor het behoud van de groene long van de stad.

tekstschrijver en fotograaf